Hoofdstuk 4 van 19
In uitvoering

Zenuwstelsel

Met een bindweefselmassage kun je hele goede dingen doen. Om dit te kunnen doen en om het systeem van segmentatie, circulatie en fehlreactie te begrijpen is het belangrijk dat je weet hoe het zenuwstelsel in elkaar zit.  De functie van het zenuwstelsel is het ontvangen, verwerken en doorgeven van informatie in het lichaam. Het zenuwstelsel bestaat uit het centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel.

Zenuwcellen

Het zenuwstelsel is opgebouwd uit zenuwcellen (neuronen). Een zenuwcel bestaat uit een zenuwcellichaam met een kern en verschillende uitlopers, ook wel neurofibrillen genoemd. Er zijn twee soorten neurofibrillen:

  • Neurieten, ook wel axonen genoemd
  • Dendrieten

Via de dendrieten neemt de zenuwcel druk waar. Vervolgens wordt deze prikkel langs de neurieten geleid en via een synaps doorgegeven aan een volgende zenuwcel. Neurieten of axonen hebben lange uitlopers en geleiden prikkels van het zenuwcellichaam af. Dendrieten hebben korte uitlopers en geleiden prikkels naar het zenuwcellichaam toe. In een zenuwcel zitten meerdere dendrieten en één neuriet.

Een axon (neuriet) kan omgeven zijn door een vetachtige stof met een isolerende werking. Je noemt dit omhulsel de mergschede of myelineschede. Met mergschede omhulde neurieten noem je ook wel dikke vezels of gemyeliniseerde vezels. Ze zijn in staat om prikkels snel te geleiden. Ongemyeliniseerde (dunne) vezels zijn niet omgeven door een mergschede. Zij hebben een trage geleiding.

Sommige bindweefselgrepen prikkelen specifiek de gemyeliniseerde of de ongemyeliniseerde vezels. Gemyeliniseerde vezels prikkel je met rustige en zachte massagetechnieken, zoals huidtechnieken en overgangstechnieken. Deze technieken geven een prettig gevoel en ontspannend gevoel. De gewebswasche en de haal- en haaktechniek zijn hardere en scherpere technieken. Hiermee prikkel je de ongemyeliniseerde vezels. Deze technieken geven een scherp of snijdend gevoel.

Bij het uitvoeren van een bindweefselmassage beschadig je op gecontroleerde wijze het weefsel. Deze schade wordt geregistreerd door de ongemyeliniseerde vezels. Het lichaam gaat de schade herstellen door het aanmaken van collageen, waardoor de huid van de cliënt verbetert.

Het zenuwstelsel is in te delen naar ligging en functie.

Naar ligging:

  • Centraal zenuwstelsel
    Dit wordt gevormd door hersenen en ruggenmerg
  • Perifeer zenuwstelsel
    Dit wordt gevormd door hersenzenuwen en ruggenmergzenuwen

Naar functie:

  • Animaal zenuwstelsel
    Ook wel somatisch (perifeer deel) zenuwstelsel genoemd heeft tot taak alle aan de wil onderworpen functies tot stand te laten komen.
  • Autonoom zenuwstelsel
    Ook wel vegatatief zenuwstelsel genoemd, heeft tot taak alle onwillekeurige functies tot stand te laten komen.

Centraal zenumstelsel

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit:

  • Grote hersenen (cerebrum)
  • Kleine hersenen (cerebellum)
  • Hersenstam (truncus cerebri)
  • Ruggenmerg (medulla spinalis)

De hersen liggen opgeborgen in de schedel, het ruggenmerg ligt in de wervelkolom. Het gehele centrale zenuwstelsel is omgeven door drie vliezen: zacht ruggenmergvlies, spinnenwebvlies, hard ruggenmergvlies.

Grote hersenen

De grote hersenen bestaat uit twee gelijke hersenhelften die je hemisferen noemt. Ze zijn met elkaar verbonden door de hersenbalk. In de hersenbalk liggen zenuwbundels die de linker en de rechter hersenheft met elkaar verbinden. De grijskleurige hersenschors vormt de buitenste laag van de hersenen. In de hersenschors van de grote hersenen komen prikkels tot bewustzijn. Voor de uitvoering van bewuste functies beschikt de hersenschors over sensibele, sensorische en motorische centra.

  • In de sensibele centra nemen we de gevoelsprikkels waar
  • In de sensorische centra nemen we alle andere zintuigelijke prikkels waar
  • Vanuit de motorische centra vindt prikkeling van bepaalde spieren en organen plaats.

Kleine hersenen

De kleine hersenen liggen aan de achterkant van het hoofd, onder de grote hersenen. Ze zijn met drie takken verbonden aan de hersenstam. Via de hersenstam staan de kleine hersenen in verbinding met de grote hersenen en het ruggenmerg. In samenwerking met het evenwichtsorgaan coördineren de kleine hersenen de houding en beweging. Ook regelen ze de juiste dosering van de prikkels naar de spieren. Bij een beschadiging aan de kleine hersenen blijft de spierfunctie wel behouden, maar zijn de bewegingen ongecontroleerd.

Hersenstam

De hersenstam ligt tussen de hersenen en het ruggenmerg in. De hersenstam is de oorsprongplaats van de twaalf paar hersenzenuwen. Hier liggen de zogenoemde kernen. Een kern is een opeenhoping van zenuwcellichamen binnen het centrale zenuwstelsel. Op de overgang van hersenstam naar ruggenmerg vindt de kruising van de zenuwen plaats (piramidebanen). In de middenhersenen ligt het hersenaanhangsel (hypofyse).

De hersenstam heeft de volgende belangrijke functies:

  • Uittredingsplaats van hersenzenuwen
  • In de hersenstam ligt het ademcentrum
  • Geleidt prikkels van en naar de grote hersenen

Ruggenmerg

Het ruggenmerg ligt in de wervelkolom, in de open ruimte die door de wervelgaten wordt gevormd. Het ruggenmerg verloopt vanaf de atlas tot in de tweede lendenwervel. Het is omgeven door drie ruggenmergvliezen; zacht ruggenmergvlies, spinnenwebvlies, hard ruggenmergvlies. De ruggenmergvliezen zijn onderdeel van het bindweefselsysteem. Vanaf de schedelbasis naar de lendenwervels wordt de doorsnee van het ruggenmerg steeds kleiner. Ter hoogte van de hals is het ruggenmerg verdikt. Daar treden de zenuwen voor de armen in en uit. Ook bij het lendengedeelte is het ruggenmerg verdikt. Dit is een in- en uittredingsplaats voor de zenuwen van de benen. Het ruggenmerg heeft de volgende functies:

  • Geleidingsorgaan
  • Reflexorgaan

Ruggenmerg als geleidingsorgaan

Alle gevoelsprikkels (sensibele prikkels) van armen, benen en romp gaan via het ruggenmerg naar de hersenen. Ook de motorische prikkels vanaf de hersenen naar de spieren van armen, benen en romp passeren het ruggenmerg.

Een gevoelsprikkel neem je waar in de huid. Dit gebeurt door de tastlichaampjes (receptoren) en de vrije zenuwuiteinden in de huid. Er zijn receptoren voor druk, tast, koude en warmte. Pijn voel je via de vrije zenuwuiteinden in de huid. Stel, je stoot je arm. Dan verloopt er vanaf de pijnreceptoren in de arm een impuls via een perifeer sensibele zenuwbaan naar de hersenen. De perifeer sensibele zenuwbaan bestaat uit een sensibele achterwortels en eindigt in het spinale ganglion van het ruggenmerg. Een ganglion is een opeenhoping van zenuwcellichamen (zenuwknoop) buiten het centrale zenuwstelsel. Het spinale ganglion ligt binnen de wervelkolom, maar buiten het ruggenmerg. Vanuit het spinale ganglion verloopt de impuls via het ruggenmerg naar de hersenschors. In het projectgebied van de grote hersenen komt de sensibele prikkel tot bewustzijn. De weg die de pijnprikkel vanaf het ruggenmerg tot de hersenen heeft afgelegd noem je een centraal sensibele zenuwbaan.

Als de prikkels in de grote hersenen zijn aangekomen, word je je van de prikkel bewust en voel je de pijn. In de hersenen kan de prikkel overgeschakeld worden op een motorische zenuwbaan. De centraal motorische zenuwbaan verloopt vanaf de hersenschors via de piramidebanen naar de motorische voorhoorn. Vanaf de motorische voorhoorn verloopt de perifeer motorische zenuwbaan. Die bestaat uit de voorwortels die een spier, in dit geval de armspier, kunnen laten samentrekken. Het gevolg je trekt je hand terug.

Ruggenmerg als reflexorgaan

Een reflex is een snelle reactie buiten de hersenen om. Daarbij schakelt de sensibele zenuwprikkel direct vanuit de sensibele achterhoorn over naar de motorische voorhoorn en via de voorwortel naar een spier. Stel, je brandt je vingers. Je trekt dan eerst je hand terug, terwijl je pas later de pijn voelt. Het terugtrekken van je hand gebeurt dus al voordat je hersenen ingeschakeld zijn. Zo kun je een zeer snelle schakeling en actie doen. Dat is belangrijk bij gevaarlijke situaties.

De impuls die een reflex tot stand brengt verloopt langs perifere zenuwbanen naar het ruggenmerg, dus buiten de hersen om. Als je, zoals in bovenstaande voorbeeld, je vingers brandt, verloopt deze reflex als volgt:

  • Via pijnreceptoren in de hand gaan zenuwimpulsen via een perifeer sensibele zenuwbaan naar de achterhoorn van het ruggenmerg.
  • Vanaf de sensibele achterhoorn schakelt de prikkel via schakelcellen direct over op de motorische voorhoorn. Via de voorwortels van het ruggenmerg gaat er een prikkel naar je spieren.
  • Je trekt je hand terug.

Bij een reflex geeft de sensibele achterwortel de zenuwprikkels dus door naar de sensibele achterhoorn en schakelt via schakelcellen over op de motorische voorwortels, die in verbinding staan met een spier. Dit noem je de reflexboog.

-> Een reflex is een beweging van een willekeurige spier die onwillekeurig tot stand komt.

Netwerken

In de hersenen sla je informatie op. Deze opslag van informatie vindt plaats in een neuronennetwerk. Neuronen zijn zenuwcellen. Zenuwcellen verwerken informatie en zijn daarmee verantwoordelijk voor het denkvermogen. Al tijdens de zwangerschap wordt er bij het embryo een begin gemaakt met het aanleggen van verbindingen tussen zenuwcellen (neuronen): het neuronennetwerk. Na de geboorte gaat het aanleggen van verbindingen door. Als je iets leert vergroot je hiermee je neuronennetwerk, er worden namelijk nieuwe verbindingen gelegd tussen neuronen. Iedere keer dat je een gedachte hebt of een beweging uitvoert, activeer en verstevig je een netwerk in je hersenen. Nieuwe gedachten, informatie of beweging betekent dat er een nieuw netwerk wordt aangemaakt. Daarnaast worden bestaande netwerken verstevigd, zodat een actie de volgende keer gemakkelijker gaat.

Herstelmogelijkheid

Beschadigingen aan het centrale zenuwstelsel betekent een beschadiging aan het neuronennetwerk. Neuronen kunnen zich niet delen, een neuron kan dus niet meer herstellen. Wel kunnen andere neuronen functies overnemen. Hiervoor is het nodig veel te oefenen. Door te oefenen leren bestaande neuronennetwerken functie over te nemen.

Perifeer zenuwstelsel

Het perifere zenuwstelsel is het zenuwweefsel dat buiten het centrale zenuwstelsel (hersen en ruggenmerg) ligt. Het perifere zenuwstelsel bestaat uit:

  • Twaalf paar hersenzenuwen
  • 31, 32 of 33 paar ruggenmergzenuwen. Hoeveel ruggenmergzenuwen je hebt is persoonlijk.

Hersenzenuwen

De hersen zenuwen liggen aan de onderkant van de hersenen. Ze staan in verbinding met kernen in de hersenstam. Er zijn motorische, sensibele/sensorische en gemengde hersenzenuwen. Voor de schoonheidsspecialiste zijn de volgende hersenzenuwen van belang:

  • Drielingzenuw (nervus trigeminus) of vijfde hersenzenuw
    De motorische wortel van de vijfde hersenzenuw loopt gelijk aan de onderkaaktak. De motorische wortel prikkelt de slaap- en wangkauwspier.
  • Aangezichtszenuw (nervus facialis) of zevende hersenzenuw
    De aangezichtszenuw is een overwegend motorische zenuw die alle mimische spieren prikkelt. De uittredingsplaats ligt vlak voor het oor, onder de oorspeekselklier. Van daaruit vertakt de zevende hersenzenuw zich in vele kleine takken, die naar alle mimische spieren lopen.
  • Zwervende zenuw (nervus vagus) of tiende hersenzenuw
    De zwervende hersenzenuw is een autonome zenuw, die bij het parasympathisch zenuwstelsel hoort. Daarom noemen we deze zenuw ook wel nervus parasympathicus. Deze zenuw vertakt zich niet in het schedelgedeelte, maar begint in de hersenstam en zwerft hierna naar de longen, het hart, de lever, de alvleesklier, de maag en de darmen.

Ruggenmergzenuwen

Er zijn in totaal 31, 32, of 33 paar ruggenmergzenuwen. Elke ruggenmergzenuw is een gemende zenuw. De ruggenmergzenuw is dus zowel motorisch als sensibel. Elke ruggenmergzenuw ontspringt met twee wortels; een motorische voorwortel en een sensibele achterwortel. Ruggenmergzenuwen komen via de openingen tussen de wervels naar buiten en bedienen alle gebieden van het lichaam.

Het eerste paar ruggenmergzenuwen treedt uit tussen de schedel en de atlas. De andere dertig paren treden uit tussen de opeenvolgende wervels. In het onderste gedeelte van het ruggenmergkanaal ligt een bundel ruggenmergzenuwen die omlaag loopt. Deze bundel heet de paardenstaart. De paardenstaart innerveert (bedient) de onderbenen.

Vanuit het lichaam komen allerlei zenuwtakken samen in de ruggenmergzenuw, waarna ze het centrale zenuwstelsel binnen komen. Zenuwtakken die naar het zenuwstelsel toelopen noem je afferenten, zenuwtakken die van het zenuwstelsel aflopen noem je efferenten. Een efferent geeft een effect, bijvoorbeeld een motorische prikkel die naar een spier gestuurd wordt. Een efferent noem je daarom ook wel een motorische zenuw. Een afferent geeft informatie aan het zenuwstelsel, bijvoorbeeld een sensibele prikkel vanuit een tastlichaampje. Een afferent noem je daarom ook wel een sensibele zenuw.

Samengevat:

  • Efferenten zijn motorische zenuwen
    Ze brengen prikkels van het zenuwstelsel naar de spieren.
  • Afferenten zijn sensibele zenuwen
    Ze brengen prikkels uit het lichaam en van buitenaf naar het zenuwstelsel toe.

Herstelmogelijkheid

Neuronen in het centrale zenuwstelsel kunnen zichzelf niet herstellen, neuronen in het perifere zenuwstelsel kunnen dit wel. Dit gebeurt doormiddel van sprouting. Uit beschadigde uiteinden groeien nieuwe zenuwen. Dit is een langdurig proces.

Animaal/somatisch zenuwstelsel

Het animale zenuwstelsel is het willekeurige zenuwstelsel. Het regels alle functies van ons lichaam die onder invloed van de wil staan, zoals lopen. Dit noem je de animale levensverrichtingen. Het beenderstelsel, de zintuigen en de mimische spieren en skeletspieren staan onder invloed  van het animale zenuwstelsel.

Innervatie

Innervatie betekent prikkelgeleiding. Door deze prikkelgeleiding weet het zenuwstelsel dat het iets moet gaan doen en wat het moet gaan doen.

Het animale zenuwstelsel regelt alle willekeurige functies. Dit gebeurt in wisselwerking met de omgeving, je reageert op wat er in de buitenwereld gebeurt. Dit contact met buitenwereld wordt verzorgt door het sensibele en motorische deel van het zenuwstelsel.

Vegatatief/ autonoom zenuwstelsel

Het autonome zenuwstelsel regelt de levensverrichtingen van het lichaam waar je zelf geen invloed op hebt, zoals groei en stofwisseling. De bloed- en lymfecirculatie, het spijsverteringsstelsel en het hormonale stelsel staan onder invloed van het autonome zenuwstelsel. Het autonome zenuwstelsel werkt hierbij samen het hormoonstelsel en verzorgt de communicatie tussen het centrale zenuwstelsel en de organen en klieren. De centra van het autonome zenuwstelsel liggen voornamelijk in het centrale zenuwstelsel.

Twee systemen die elkaar in evenwicht houden beïnvloeden samen het autonome zenuwstelsel: het sympathisch en het parasympathisch zenuwstelsel. Het parasympathisch zenuwstelsel beïnvloedt de stofwisseling in rust (assimilatie). Het sympathische zenuwstelsel beïnvloedt de stofwisseling van het lichaam in actie (dissimilatie). Het bereidt het lichaam voor op situaties waarin je alert moet zijn.  De spijsvertering is een uitzondering hierop. Die staat onder invloed van het parasympathisch zenuwstelsel.

Met de bindweefselmassage prikkel je het sympathisch zenuwstelsel om zo het sympathisch en parasympathisch zenuwstelsel in balans te brengen.

Sympathisch zenuwstelsel

Het sympathisch zenuwstelsel is actief als het lichaam in actie moet komen. Als het lichaam arbeid verricht, overheerst het sympathisch zenuwstelsel. De prikkeloverdracht vindt plaats onder invloed van de neurotransmitter adrenaline en noradrenaline. Het sympathisch zenuwstelsel bevordert de werking van de orgaanfuncties, behalve die van de spijsvertering.

Parasympatisch zenuwstelsel

Het parasympatisch zenuwstelsel werkt juist als het lichaam in rust is. Als je slaapt, overheerst het parasympathisch zenuwstelsel. De prikkeloverdracht vindt plaats onder invloed van de neurotransmitter acetylcholine. Het parasympathisch zenuwstelsel bevordert de spijsvertering, maar werkt remmende op alle andere organen. Tijdens de rustperioden is het parasympathisch zenuwstelsel het meest actief. Dit zorgt ervoor dat je lichaam goed kan herstellen. De tiende hersenzenuw of nervus vagus is de belangrijkste parasympathisch zenuw.

 Sympathisch zenuwstelsel
(bij activiteit)
Parasympatisch zenuwstelsel
(in rust)
SpijsverteringsorgaanRemmendActiverend, zet aan tot productie van spijsverteringsenzymen, bevordert assimilatie
SkeletspierenActiverend, verhoogt de spierspanningRemmend
BloedverdelingActiverend, meer bloed naar skeletspierenRemmend, meer bloed naar spijsverteringsorganen, minder naar skeletspieren
HartfunctieActiverendRemmend