Hoofdstuk 3 van 19
In uitvoering

Wondgenezing

Wondgenezing is een ingewikkeld proces en kan afhankelijk van de grootte of de diepte van de wond en door eventueel bijkomende, complicerende omstandigheden, op verschillende manieren plaatsvinden. De wondgenezing kan daarbij normaal of gestoord zijn. De normale wondgenezing van een wond kunnen we schematisch in drie fases indelen:

  • Reactiefase
    De reactiefase heeft als belangrijkste kenmerk het ontstaan van wondoedeem.
  • Regeneratiefase
    De regeneratiefase heeft als belangrijkste kenmerk het ontstaan van granulatieweefsel.
  • Remodeleringsfase
    De remodeleringsfase heeft als belangrijkste kenmerk het genezen van de wond, al dan niet met de vorming van littekenweefsel.

Reactiefase

De reactie van het lichaam op een verwonding is in principe dezelfde als die op een ontsteking en gaat gepaard met dezelfde klinische symptomen:

  • Rubor – Roodheid
  • Calor – Warmte
  • Tumor – Zwelling
  • Dolor – Pijn
  • Functio laesa – Gestoorde functie

Roodheid en warmte ontstaan door verwijding van de bloedvaatjes, de zwelling doordat er vocht in de tussencelruimte komt en de pijn ontstaat door ontstekingsmediatoren zoals bijvoorbeeld histamine en door druk op de zenuwvezels. De functie op deze plek is niet normaal dus spreekt men van een gestoorde functie. De eerste prioriteit heeft het dichten van de wond. Het wondoedeem zorgt ervoor dat granulocyten en de macrofagen goed hun werk kunnen doen en alle rommel op kunnen ruimen.

Regeneratiefase

Na een aantal dagen overheersen in het wondgebied de macrofagen. Deze cellen kunnen zich zeer goed verplaatsen en kunnen in slechte leefomstandigheden overleven. De macrofagen zijn voor de wondgenezing zeer belangrijk omdat zij van het afval weer bouwstoffen kunnen maken om de wond te genezen. Er worden in de wond nieuwe bloedvaatjes aangelegd zodat het gebied van voldoende zuurstof en voedingstoffen kan worden voorzien. De fibroblast gaat vervolgens de wond opvullen met jong bindweefsel, het granulatieweefsel.

Remodeleringsfase

Als de fibroblast voldoende granulatieweefsel heeft gemaakt wordt de wond dicht getrokken. Hierdoor wordt het litteken sterker. De productie van collageen gaat nog een lange tijd door, zelfs na 4 maanden is de aanmaak in het litteken nog steeds hoger, dan in de normale huid. Als er te veel collageen wordt aangemaakt en het litteken boven het huidoppervlak komt, spreken we van een hypertrofisch litteken. Als er een tekort aan collageen wordt aangemaakt en het litteken onder het huidniveau spreken we van een hypotrofisch litteken.

Een keloïd is een gestoorde wondgenezing, waarbij het collageen gaat woekeren, buiten de wondranden groeit en boven het huidoppervlak. Tijdens de eerste twee fasen mag er geen bindweefselmassage worden toegepast. Rondom de wond mag na ongeveer drie weken voorzichtig gewerkt worden om de doorbloeding te stimuleren. Na ongeveer zes weken mag voorzichtig begonnen worden op de wond zelf, mits deze volledig is gesloten. Een litteken is een relatieve contra-indicatie. Bij twijfel moet je altijd een arts raadplegen.