Hoofdstuk 7 van 19
In uitvoering

Vegetatieve functies

Om te kunnen overleven moet je adequaat kunnen reageren op prikkels (stressoren). In eerste instantie kom je in de alarmfase, hierna pas je je aan aan de stressor en kom je in de rust- en herstelfase of (na verloop van tijd) in de uitputtingsfase.

Bij cliënten die zich al langere tijd in de alarmfase bevinden of zelfs in de uitputtingsfase kun je beter geen bindweefselmassage uitvoeren. De vegetatieve reacties zijn onvoorspelbaar en het herstelvermogen kan sterk verminderd zijn. De client krijgt hierdoor eerder een ‘Fehl’-reactie. Bij een ‘Fehl’-reactie is er sprake van een overreactie van het sympathisch zenuwstelsel. Dit zenuwstelsel zet de vecht-of-vluchtreactie in gang. De client voelt zich hierdoor gedurende een bepaalde tijd zeer onaangenaam.

Verandering is een vorm van stress. De veranderingen die optreden worden ook wel ‘stressoren’ genoemd. Grote veranderingen zijn een potentiele bedreiging voor de homeostase (het instand houden van het interne evenwicht). Om zich optimaal te kunnen aanpassen in een niet altijd even vriendelijke wereld heeft de mens in de loop van de evolutie enkele effectieve systemen ontwikkeld. Het zenuwstelsel stuurt de verschillende reactiepatronen op stress:

  • Alarmfase
  • Adaptatiefase/ aanpassingsfase
  • Rust en herstelfase
  • Uitputtingsfase 

Alarmfase

De alarmfase is een nuttige fase. In deze fase wordt je waarneming beter, waardoor je beter in staat bent keuzes te maken en je aan te passen aan nieuwe situaties. Deze fase kost veel energie en kenmerkt zich door een betere waarneming met de zintuigen en een sterk toegenomen spierspanning. Hierdoor kun je vechten, vluchten of bevriezen. Tijdens de alarmfase vallen alle processen met een trofotroop karakter stil. Dit zijn alle processen die gericht zijn op herstel, zoals de spijsvertering en het weefselherstel. Als deze fase te lang duurt kan er weefselbeschadigingen optreden.

Met een bindweefselmassage kun je iemand in de alarmfase brengen. Dit is een negatief effect van de massage. Met een massage geef je een prikkel aan het sympathisch zenuwstelsel waardoor er weer een balans ontstaat tussen het sympathische en parasympathisch zenuwstelsel. Hierdoor komt het lichaam tot rust en kunnen de weefsels herstellen. Soms wordt door de massage het sympathische zenuwstelsel geactiveerd. Hiermee breng je een client in de alarmfase, de client voelt zich hierdoor onrustig en kan amper stil blijven liggen. Andere kenmerken zijn angst en onzekerheid.

Aanpassingsfase

Als je de keuze hebt gemaakt om je aan te passen aan de nieuwe situatie, dan kom je in de aanpassingsfase. Al je energie richt je nu op de aanpassing. Ook tijdens een bindweefselmassage komt een client in de aanpassingsfase.

Rust- en herstelfase

Tijdens de rust- en herstelfase is het parasympathisch zenuwstelsel het meest actief. Dit zorgt ervoor dat je lichaam goed kan herstellen. In deze fase herstellen de weefsels en verteert het lichaam het voedsel. Na de behandeling met een bindweefselmassage komt het lichaam in deze fase terecht.

Uitputtingsfase

Als de gekozen aanpassing niet blijkt te werken, kom je opnieuw in de alarmfase. Dit kost extra veel energie en kan je op gegeven moment zelfs uitputten, wat een negatief effect heeft op de staat van het bindweefsel. Tijdens het rugonderzoek kun je dit merken aan:

  • De aanwezigheid van bindweefselzones
  • Een hogere temperatuur van de huid
  • Een lagere pijndrempel
  • Overgevoeligheid van de huid

Segmentale reflexwege

Een aandoening kan zich uiten in een ander deel van het lichaam. Dat komt doordat verschillende lichaamsdelen via het zenuwstelsel met elkaar verbonden zijn en behoren tot hetzelfde segment. Deze verbindingen noem je segmentale reflexwegen. Het verschijnsel waarbij je pijn voelt op een andere plaats dan waar het weefsel is beschadigd noem je reffered pain (gerefereerde pijn of weerpijn).

Embryologie (ontwikkeling)

Segmenten ontstaan als een embryo enkele weken oud is. Na de bevruchting smelten een eicel en een zaadcel samen en delen zich razendsnel zodat er een klompje cellen ontstaat. Dit klompje cellen staat uit drie kiembladen:

  • Ectoderm
    Het zenuwstelsel en de huid.
  • Mesoderm
    Skelet, spieren, bindweefsel, bloedsomloop, nieren en geslachtsorganen.
  • Endoderm
    Klieren, ademhalingsorganen en spijsverteringsorganen.

Vanuit het ectoderm ontstaat de neutrale buis. Dit is de voorloper van het zenuwstelsel. In deze buis ontstaan insnoeringen. Deze insnoeringen zijn de eerste aanleg van de segmenten. Ze vormen onveranderbare verbindingen tussen het zenuwstelsel en de huid, de spieren, het skelet en de ingewanden.

De segmenten spelen een grote rol bij een bindweefselmassage. Als er een verstoring is in een segment dan kun je dit soms zien aan het rugdeel dat bij dit segment hoort.

Spinale zenuwen

Een spinale zenuw is een bundel zenuwvezels die tussen twee wervels uittreedt vanuit het ruggenmerg. Er treden steeds twee spinale zenuwen uit: een  naar links en een naar rechts. Spinale zenuwen lopen naar de huid (dermatoom), de  botten en gewrichten (sclerotoom), de spieren (myotoom), de organen (enterotoom) enzovoorts. Op deze manier bedienen de spinale zenuwen alle gebieden van het lichaam.

In totaal heb je 31, 32, of 33 paar ruggenmergzenuwen:

  • Acht paar halszenuwen (cervicale wervelkolom)
  • Twaalf paar borstzenuwen (thorcale wervelkolom)
  • Vijf paar lendenzenuwen (lumbale wervelkolom)
  • Vijf paar heiligbeenzenuwen (sacrum)
  • Twee, drie of vier paar staartbeenzenuwen (os coccygeus)

Een spinale zenuw noem je naar het niveau waar hij uit het ruggenmerg treedt. De ruggenmergzenuw die uittreden uit de cervicale wervelkolom, dit zijn de halszenuwen, noem je C1 tot en met C8. Ruggenmergzenuwen die uittreden uit de thoracale wervelkolom, de borstzenuwen, noem je T1 tot en met T12.

CCervicaalHalswervels 1t/m8
TThoracaalBorstwervels 1t/m12
LLumbaalLendewervels 1t/m5
SSacraalHeiligbeenwervels 1t/m 5

Zenuwen waar je de meeste klachten ziet zijn:

  • Nervus vagus
    De nervus vagus is een hersenzenuw afkomstig uit de hersenstam. Hij strekt zich uit tot tussen de eerste en tweede nekwervel (C2).  Deze hersenzenuw noem je ook wel de zwervende zenuw. De nervus vagus stuurt signalen over de toestand van organen naar het centrale zenuwstelsel. Het is dus een afferente zenuwcel. De nervus vagus is de belangrijkste parasympathisch zenuw.
  • Nervus phrenicus
    De nervus phrenicus is een zenuw afkomstig uit de nekwervelkolom (C2 tot en met C4). Het bedient de vliezen tussen de organen. Op deze manier kunnen orgaanklachten pijn geven in de nek.
  • Nervus pelvicus
    De nervus pelvicus is een bekkenzenuw afkomstig uit het heiligbeen (S2 tot en met S4). De prikkels uit het bekken verlopen via deze zenuw. Op deze manier kan de menstruatie pijn geven in de onderrug.