Hoofdstuk 6 van 19
In uitvoering

Neurofysiologie

Indeling van het zenuwstelsel

Het zenuwstelsel kun je op drie verschillende manieren indelen:

  • Anatomisch
  • Evolutionair
  • Functioneel

De indeling van het zenuwstelsel in centraal en perifeer zenuwstelsel is een anatomische indeling op basis van bouw en ligging. De evolutionaire indeling beschrijft hoe het zenuwstelsel zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld. De functionele indeling beschrijft de functie van de verschillende delen van het zenuwstelsel. De neuroanatomie behandelt de indeling van het zenuwstelsel op evolutionair niveau. De neuroanatomie behandelt de indeling van het zenuwstelsel op evolutionair niveau; de evolutieleer. De evolutieleer bespreekt de ontwikkeling van organismen in de loop van de tijd: van bacterie tot dier tot mens. Bij deze ontwikkeling ontstonden er steeds ingewikkeldere vormen van het zenuwstelsel. De evolutionaire indeling gaat ervan uit dat ons zenuwstelsel nog primitieve delen in zich heeft.

Binnen de evolutionaire indeling onderscheiden we drie niveaus:

  • Archi niveau
  • Paleo nivea
  • Neo niveau

Archi niveau

Het archi niveau is verantwoordelijk voor je instinctieve gedragingen, zoals honger, dorst en agressie. Ook regelt het automatisch verlopende lichaamsfuncties als reflexen, bloeddruk, ademhaling en spierspanning. Dit deel van het brein gaat buiten onze wil om en altijd op dezelfde manier. Dit is te vergelijken met het gedrag van reptielen: beperkt en voorspelbaar. Je noemt het archi niveau daarom ook wel reptielenbrein. Handelingen op archi niveau kun je niet aanleren.

Paleo niveau

Het paleo niveau stuurt emoties, zorgt voor automatisch bewegingen en regelt je lichaamshouding. Dit deel van het brein kun je beïnvloeden door middel van straffen en belonen. Denk bijvoorbeeld aan een hond je kunstjes of bepaald gedrag wilt leren. Je noemt het paleo niveau ook wel zoogdierenbrein.

Neo niveau

Het neo niveau is verantwoordelijk voor processen als denken, herkennen en herinneren. Het is het niveau van je bewustzijn. Dit deel van het brein is bij de mens sterk ontwikkeld. Je noemt het neo niveau daarom ook wel menselijk brein. Het neo niveau ontwikkelt zich van het tweede tot vijfentwintigste levensjaar.

De invloed van de bindweefselmassage op het zenuwstelsel

Elke prikkel die je met de bindweefselmassage geeft heeft invloed op alle delen van het zenuwstelsel. Via de sensibele zenuwen komen de massageprikkels in verschillende delen van het zenuwstelsel terecht.

Functionele neurofysiologie

de functionele neurofysiologie beschrijft de functies van de verschillende delen van het zenuwstelsel. Het totale zenuwstel noem je ook wel het brein.

Reflex brein

Ieder mens heeft reflexen die al vanaf de geboorte aanwezig zijn, bijvoorbeeld het zuigreflex. Deze reflexen worden geregeld door het reflex brein. Het reflex brein (archi niveau) bevindt zicht in het ruggenmerg.

Vitaal brein

Het vitaal brein (archi niveau) bevindt zich in de hersenstam. Het reguleert onze instincten en driften en regelt de vegetatieve functies zoals hartritme, ademhaling, spijsvertering en bloeddruk.

Emotioneel brein

Het emotioneel brein (paleo niveau) bevindt zich in het hart van het centrale deel van de schedel. Het regelt je emoties, stressreactie en de meeste lichaamsfuncties. Door middel van emoties kun je je behoeften uit het vitale brein duidelijk maken. Denk bijvoorbeeld aan een baby die gaat huilen als hij honger heeft.

Intuïtief brein en logisch brein

het intuïtief en logisch brein (neo niveau) hebben een remmende invloed op het archi en paleo niveau. Het intuïtieve brein bevindt zich in je rechte hersenhelft, het logisch brein bevindt zich in je linker hersenhelft. Voor het brein zijn beiden even belangrijk.

Superpositief fenomeen

Ieder deel van het brein kan zelfstanding functioneren. De hogere delen kunnen echter de lagere delen controleren en het gedrag dat bij het langere deel hoort tegengaan. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van een kind begint met reflexen. Later leert een kind deze reflexen te controleren. Hierbij spelen hogere delen van het zenuwstelsel (brein) een rol. Als deze hogere delen beschadigen door bijvoorbeeld een ongeval, valt de controle door de hogere delen weg. Een persoon vertoont hierna weer reflexmatig gedrag. De mogelijkheid van het controleren van lagere delen van het brein noem je het superpositief fenomeen.