Hoofdstuk 14 van 19
In uitvoering

Het segmentale bindweefselonderzoek

Het bindweefselonderzoek geeft de schoonheidsspecialiste een goed beeld van het bindweefsel. Zowel de spanningsverschillen als andere verschijnselen worden waargenomen en genoteerd. Een juiste interpretatie van de geconstateerde bevindingen is de basis voor het opstellen van een verantwoord behandelplan. Voor het segmentaal onderzoek moet de client op de behandelstoel gaan zitten. De behandelstoel moet in de lichaamsmassage stand gezet zijn. De client moet op de volgende manier op de bank zitten:

  • De knieën moeten tegen de stoel aankomen, zodat de bovenbenen geheel op de stoel aansluiten.
  • De rug en schouders recht.
  • Het bekken gekanteld.
  • De handen liggen ontspannen op het bovenbeen.
  • De klant kijkt recht vooruit.
  • De benen of enkels mogen niet kruizen, maar moeten ontspannen naast elkaar hangen.

Het segmentaal onderzoek bestaat uit 5 stappen en de bevindingen worden genoteerd op het behandelplan:

Visuele inspectieQuellung en dellungen, beharing, verkleuring, ect.
Tactiel onderzoek van de huidDe temperatuur
Tactiel onderzoek van de huidDe weerstand (huidzones)
Tactiel onderzoek van het bindweefselVerschuifbaarheid
oppakbaarheid
consistentie (bindweefselzones)
Visuele inspectieReactiviteit van de huid

Visuele inspectie

Geeft je informatie over de gezondheidstoestand van de client. Iedere verstoring in de huid kan een aanwijzing zijn voor een verstoring in het betreffende segment en lichamelijke klachten geven. Als schoonheidsspecialiste kun je dit signaleren en de client doorverwijzen naar een specialist.

Controleren van de temperatuur van de huid

Voel of er sprake is van een temperatuurverschil tussen de linker- en rechterzijde van de rug. Een afwijkende temperatuur kan een aanwijzing zijn voor een verstoring in het betreffende segment. De temperatuur van de huid controleer je door met de rug van je handen over de huid te glijden. Begin bij de billen. Laat beide handen tegelijkertijd van beneden naar boven over de rug van je client glijden. Bij de schouders keer je en vervolgens ga je weer terug naar beneden. Eindig weer bij de billen. Je houdt je handen tijdens deze handeling aangesloten op het weefsel.

Controleren op huidzones

De controle van huidzones voer je uit door middel van huidtechnieken. Met de huidtechniek kun je voelen waar de eventuele ruwheid zit.  Betast de rug door middel van lichte strijkingen met de toppen van je vingers en voel waar de huid ruw aanvoelt. Een ruwe huid betekent een verhoogde huidweerstand. Vraag tijdens de palpatie aan je client of zij verschil voelt tussen de aanrakingen. Op plaatsen waar zich een huidzone bevindt voelt de client vaak een licht scherp gevoel tijdens de aanraking.

Onderzoek beide kanten van de rug afzonderlijk van elkaar met één hand en dus niet tegelijkertijd. Betast eerst met je linkerhand de linkerkant van het lichaam van de client. Werk hierbij van buiten naar binnen en van beneden naar boven. Betast daarna met je rechterhand de rechterkant van het lichaam.

Controle op bindweefselzones

Bij de controle op bindweefselzones kijk je waar de huid vastzit. Je kijkt hiervoor naar de oppakbaarheid en de verschuifbaarheid van het onderhuidsbindweefsel. Dit kun je doen middels de plooimethode en de verschuifmethode. Iedereen heeft een eigen huid- en spierspanning. Bij de controle op bindweefselzones kijk je of er verschil is tussen de linker- en rechterkant van de rug. Dit geeft een indicatie van hoe de spanning in het lichaam van de client is.

Plooimethode

Pak het weefsel op met duim en wijsvinger, til het weefsel op en laat het vervolgens rustig terugveren. Tijdens deze handeling voel je of de huid oppakbaar is of niet en of er verschil is tussen de linker- en rechterzijde van de rug. Allen door dit veel te doen leer je verschillen goed te zien.

Verschuifmethode

Soms voelt het weefsel zo strak aan dat je het bijna niet kunt pakken. In dat geval kun je beter de verschuifmethode toepassen. Plaats je handen aaneengesloten en zonder druk te geven aan weerszijden op de rug. Schuif het weefsel rustig omhoog. Tijdens deze handeling voel je of de huid verschuifbaar is of niet en of er verschil is tussen de linker- en rechterzijde van de rug. De mate waarin je het weefsel kunt verschuiven ten opzichte van de onderlaag is afhankelijk van de spanning in het bindweefsel. Deze spanning is afhankelijk van:

  • De kwaliteit van de lederhuid (vezels, cellen en de grondsubstantie).
  • De dikte van de onderhuid, vooral de vetlaag.
  • De vulling van de bloed- en lymfevaten in de huid.
  • De spanning in de cellen. De spanning in de cel is afhankelijk van de hoeveelheid vocht. Hoe meer vocht in de huid, hoe meer spanning. Bij een normale celspanning spreken we van turgor.
  • Ziekte en leeftijd
  • Spierspanning (tonus) van de onderliggende spieren.

Ziekte, hormonale invloeden, geestelijke spanning en vermagering kunnen een tijdelijke verlaging van de huidspanning veroorzaken. Op oudere leeftijd vermindert de kwaliteit van het bindweefsel en ontstaat een blijvende verlaging van de huidspanning. Dit noem je huidatrofie.

Beide methoden start je onderaan de rug in het midden (mediaal) en werk je naar boven. Dit doe je met beide handen tegelijkertijd. Bij de schouders ga je lateraal (aan de zijkanten) weer terug naar beneden. Kijk steeds of het weefsel goed oppakbaar of verschuifbaar is en kijk naar het verschil tussen de linker- en de rechterkant. Noteer op je behandelplan waar de verschillen voelbaar of zichtbaar zijn.

Het aantal + geeft het verschil in spanning weer:

 +Zone is niet zichtbaar, geringe voelbare spanningSlecht oppakbaar, wel verschuifbaar
++Zone is zichtbaar, duidelijk tastbaarNiet oppakbaar, wel verschuifbaar
+++Zone is duidelijk zichtbaar en goed tastbaarNiet oppakbaar en niet tot nauwelijks verschuifbaar
0Stomme zoneHierbij voelt de onderzochte persoon weinig tot niets

Visuele inspectie

Nadat je de temperatuur, huidzones en bindweefselzones hebt gecontroleerd bekijk je de reactiviteit van de huid. Dat wil zeggen, dat je inspecteert of en waar de huid rood wordt. Op plekken waar de huid rood wordt, is er meer reactiviteit. De reactiviteit van de huid hangt samen met de spanning in het bindweefsel. De mate van reactiviteit geeft de intensiteit van de massage aan. Hoe meer reactiviteit, hoe minder intensief je massage moet zijn. Als je te stevig werkt, kun je een fehlreactie veroorzaken.

Je hebt nu voldoende gegevens verzameld om de bindweefselmassage te starten. Vraag je client om op haar buik te liggen, zodat je de massage kunt beginnen. Alle delen van het lichaam die niet worden behandeld dek je toe met een handdoek.

Analyse en behandelplan Huidverbeterende Massage