Hoofdstuk 2 van 19
In uitvoering

Anatomie

Bindweefsel is het meest voorkomende steunweefsel in ons lichaam. Het is opgebouwd uit verschillende soorten cellen en bindweefselvezels. Bij een bindweefselmassage oefen je invloed uit op de bindweefsellaag van het lichaam. Dit is de laag tussen de spieren en de epidermis (opperhuid). Hiermee prikkel je de bindweefselcellen (fibroblasten).

Door de prikkeling gaat het lichaam deze cellen sneller aanmaken. Ook worden er meer bindweefselvezels aangemaakt, voornamelijk collagene en elastische vezels en wordt de grondsubstantie (celtussenstof) aangemaakt. Hierdoor verbetert de huidstructuur van de cliënt. Ook zorg je voor een betere doorbloeding van de huid, betere aanvoer van voedingsstoffen en afvoer van afvalstoffen en een verbeterde zuurstoftoevoer. De huid ziet er egaal, glanzend en jonger uit.

Er zijn verschillende bindweefselgrepen. Met huidgrepen kun je de huidspanning reduceren, je kunt voorzichtige effleurages (strijkingen) met de vingertoppen toepassen en je kunt de huidplooien rollen. Op deze manier maak je het bindweefsel los van de onderlaag.

Anatomie van het bindweefsel

Bindweefsel is het meest voorkomende steunweefsel in het lichaam. Het zit onder andere in de huid, pezen, gewrichten, botten, kapsels van organen en in de wanden van slagaders. Bindweefsel is opgebouwd uit verschillende soorten cellen. Door de bindweefselmassage gaat het lichaam deze cellen sneller aanmaken. Dit verbetert de huidstructuur.

Fibroblasten

Fibroblasten zijn cellen die vezels produceren. Ze spelen een rol bij:

  • Aanmaak van bindweefsel
  • Opbouw van collagene, elastische en reticuline vezels in de lederhuid
  • Vorming van de grondsubstantie (celtussenstof) (koolhydraat-eiwitverbindingen
  • Wondgenezing

Fibroblasten bevatten de eiwitvezels actine en myosine. Deze eiwitvezels zorgen ervoor dat de fibroblasten kunnen bewegen (migreren) in de extracellulaire matrix (grondsubstantie). Dit is nodig om de fibroblasten op de plek te krijgen waar extra bindweefselvorming nodig is, bijvoorbeeld bij een wond. Als er op een plek in het lichaam extra bindweefselvorming nodig is, worden de fibroblasten geactiveerd. Ze delen zichzelf en verplaatsen zich naar de plek waar ze nodig zijn. Dit doen ze als het ware door over de collagene vezels heen te kruipen.

Vezelstructuren

Bindweefsel is opgebouwd uit verschillende soorten cellen. Tussen deze cellen zit celtussenstof (grondsubstantie). In de grondsubstantie zitten drie soorten bindweefselvezels:

  • Collagene vezels
  • Elastische vezels
  • Reticuline vezels

Collagene vezels

Collagene vezels zijn opgebouwd uit het eiwit collageen. Het is het meest voorkomende eiwit in het lichaam. Collagene vezels zijn stevige vezels met een grote trekvastheid. Een collagene draad van één millimeter dun kan het gewicht van tien kilogram dragen. Hoe meer collagene vezels, hoe sterker het weefsel. Collagene vezels komen bijvoorbeeld voor in spieren en pezen. De collagene vezels liggen in bundels bij elkaar met elastische vezels er omheen.

Elastische vezels

Elastische vezels zijn opgebouwd uit het eiwit elastine. De vezels zijn elastisch en dunner dan collagene vezels. Daarom zijn elastische vezels rekbaarder dan collagene vezels. In de oorschelp, de neusvleugels en het strotklepje komen veel elastische vezels voor. Deze vezels zorgen voor de elasticiteit van de huid.

Reticuline vezels

Naast collagene en elastische vezels komen er reticuline vezels voor in de lederhuid. Reticuline vezels zijn dunne eiwitvezeltjes die een netwerk vormen. Ze zitten op plaatsen waar het bindweefsel grenst aan ander weefsel. Bijvoorbeeld rond organen. Reticuline vezels vormen een netwerk tussen de collagene en elastische vezels. Je noemt dit een reticulair netwerk.

Grondsubstantie

De celtussenstof is het materiaal dat de ruimte tussen de cellen en vezels opvult en de cellen en vezels met elkaar verbindt. De grondsubstantie bestaat uit proteoglycanen en glycosamineglycanen. Proteoglycanen zijn opgebouwd uit eiwitketens waar glycosamineglycanen (GAG’S) aan vastzitten. Glycosaminoglycanen zijn opgebouwd uit suikerketens. Je noemt ze ook wel mucopolysacchariden.

Belangrijke glycosaminoglycanen die in het bindweefsel voorkomen zijn hyaluronzuur, dermatansulfaat en chrondroitinesulfaat. Dermatansulfaat en chrondroitinesulfaat zijn verbonden aan de collagene vezels, hydraluronzuur bevindt zich in de ruimtes tussen de vezels. Hyaluronzuur is in staat een grote hoeveelheid water aan te trekken en aan zich te binden. Samen vormen ze een gel. Deze gel vult alle ruimten in het bindweefsel op. Naarmate het verouderingsproces plaatsvindt verandert de gel in een sol. Ook de hoeveelheid water in het lichaam neemt af naarmate je ouder wordt. Dit heeft invloed op hoe je huid eruit ziet: de huidspanning verandert, waardoor de huid er slapper uit gaat zien.

Mestcellen

Mestcellen bevinden zich in de grondsubstantie. Ze spelen een rol bij veel verschillende processen in de huid, bijvoorbeeld bij de reparatie van wonden en bij de samenstelling van de celtussenstof in de lederhuid. Ze vormen weefselenzymen en weefselhormonen die belangrijk zijn bij de opbouw van de grondsubstantie en de vezels.

Mestcellen vormen ook de weefselhormonen heparine, histamine, hyaluronidase en serotonine. Deze weefselhormonen zijn belangrijk bij het tegengaan van ontstekingen in de huid. Een ontsteking is een reactie op een schadelijke prikkel.

Heparine

Heparine is een antistollingsmiddel dat tegelijk met histamine wordt aangemaakt. Histamine heeft een bloedvatverwijdende werking. Heparine zorgt ervoor dat het bloed in deze verwijde vaten niet stolt.

Histamine

Onder invloed van prikkels maken de mestcellen histamine aan in de lederhuid. Histamine veroorzaakt de verwijding van de kleine slagaders en een betere doorlaatbaarheid van de capillairwanden. Doordat de bloeddoorstroming van de huid plaatselijk toeneemt, is er meer uitwisseling mogelijk van afvalstoffen en voedingsstoffen. Dit bevordert het genezingsproces. Histamine veroorzaakt een vlekkerige roodheid aan het huidoppervlak.

Hyaluronidase

Hyaluronidase is een enzym dat inwerkt op hyaluronzuur. Het bevordert het vloeibaarder worden van de tussenstof van het bindweefsel. Dit zorgt voor een verhoogde permeabiliteit (doorlaatbaarheid) van de vaatwand, waardoor het celmetabolisme (celstofwisseling) verbetert.

Serotonine

Serotonine is onder andere een neurotransmitter. Het zorgt voor de overdracht van signalen tussen hersencellen. Serotonine versterkt daarnaast de werking van heparine en histamine.

Vetcellen

Het vetweefsel is een losmazig bindweefsel waarin veel vetcellen zitten. Voedsel dat het lichaam niet kan gebruiken wordt voor een deel opgeslagen in de vorm van vetbolletjes in de vetcellen. Het dient als reservevet. Ook worden water en in vet oplosbare vitamines opgeslagen in de vetcellen. Vetweefsel heeft dus een opslagfunctie. Daarnaast geeft vetweefsel steun aan bijvoorbeeld organen en heeft het een warmteisolerende functie. In de huid dient vetweefsel voor de spanning van de huid en geeft het vorm aan het lichaam zoals bij borsten en schouders. Vetweefsel komt onder meer voor in de plooi van het buikvlies, in de onderhuid, rond de oogbol, rond de nieren, in de handpalmen, en onder de voetzolen. Als het lichaam een gebrek heeft aan energieleverende stoffen gebruikt het je vetreserve en val je af.

Cellen van langerhans

De cellen van langerhans zijn een soort witte bloedcellen die afkomstig zijn uit het beenmerg. Ze vormen een onderdeel van het immuunsysteem van de huid. Bij het binnendringen van lichaamsvreemde stoffen verdedigen zij het lichaam tegen deze lichaamsvreemde stoffen door de stoffen te vervoeren naar aanwezige T-lymfocyten (T-cellen) in het bloed. De T-lymfocyten vallen vervolgens de lichaamsvreemde stoffen aan en vernietigen deze. De cellen van langerhans kunnen zich verplaatsen van opperhuid tot lederhuid.

Invloed van corticosteroïden

Corticosteroïden zijn bijnierschorshormonen. Ze fungeren als ontstekingsremmer in het lichaam. Corticosteroïden bevorderen daarnaast de omzetting van eiwitten en vetten in glucose. Glucose heb je nodig als brandstof voor allerlei processen in je lichaam, maar gebruik je bij stress ook als energie om in actie te komen. Doordat corticosteroïden de omzetting van eiwitten en vetten in glucose bevorderen, ontstaat er een tekort aan bouwstoffen voor cellen en weefsels. Het bindweefsel verzwakt en wordt dunner, en ook de trekkracht neemt af doordat het collageen wordt aangetast. Dit maakt het bindweefsel kwetsbaar. Maar ook de huid wordt slapper, dunner en minder trekvast.

Met een bindweefselmassage stimuleer je de fibroblasten tot het aanmaken van collageen van betere kwaliteit. Daarnaast reduceer je de mate van stress, waardoor ook minder glucose wordt aangemaakt. Hierdoor is er weer voldoende bouwstof voor de cellen en weefsels. Dit maakt zowel het bindweefsel als de huid sterker. Daarnaast is ook vitamine C belangrijk bij het aanmaken van collageen van goede kwaliteit.

Vascularisatie

Met vascularisatie bedoelen we de bloedvoorzieningen van huid en weefsels. Bloed zorgt dat zuurstof en voedingsstoffen daar komen waar ze nodig zijn en dat afvalstoffen uit de weefsels worden afgevoerd. Met een bindweefselmassage zorg je voor een betere doorbloeding van de huid, een betere aanvoer van voedingsstoffen en afvoer van afvalstoffen en een verbeterde zuurstoftoevoer.

Bloed heeft dus een tansportfunctie. Om deze transportfunctie te kunnen vervullen, moet het bloed door het lichaam rondstromen. Daarvoor dient het bloedvatenstelsel. Het bloedvatenstelsel bestaat uit: Het hart, slagaders, aders en haarvaten.

  • Hart
    Dit is de pomp die zorgt voor de circulatie van het bloed door het lichaam. Het hart pompt het bloed door de bloedvaten. Er zijn drie verschillende bloedvaten: slagaders, aders, en haarvaten.
  • Slagaders (arteriën)
    Dit zijn bloedvaten die het zuurstofrijke bloed van het hart afvoeren. Doordat de wanden van de slagaders zich kunnen verwijden (vasodilatatie) of vernauwen (vasoconstrictie), regelen ze de bloedtoevoer naar de organen. Slagaders lopen uit in aders en vervolgens in haarvaten. 
  • Aders (venen)
    Dit zijn bloedvaten die het zuurstofarme bloed van de weefsels naar het hart en de longen toe voeren. In de longen wordt het bloed weer van zuurstof voorzien.
  • Haarvaten (capillairen)
    Dit zijn verbindingssystemen tussen de kleinste slagaders (arteriolen) en de kleinste aders (venulen). We onderscheiden slagaderlijke en aderlijke haarvaten. De slagaderlijke haarvaten geven voedingsstoffen, vocht en zuurstof af aan de verschillende delen van het lichaam. Slagaderlijke haarvaten gaan weer over in aderlijke haarvaten. Aderlijke haarvaten voeren de afvalstoffen af die na verbranding in de weefsels zijn ontstaan (bijvoorbeeld koolzuurgas). Aderlijke haarvaten gaan over in de kleine aders, kleine aders in grote aders (onderste en bovenste holle ader en kransaders), die terug naar het hart lopen.

Anastomosen

Naast het patroon waarbij slagaders overgaan in haarvaten en haarvaten in aders, komen er in ons lichaam ook afwijkende of bijzondere vaatsystemen voor, zoals anastomosen. Anastomosen zijn bijzondere verbindingen tussen bloedvaten. Ze komen voor in de huid, de gewrichten, de darmen, de hersenen en in de spieren. Anastomosen kunnen zich voordoen als collaterale bloedvaten en arterioveneuze verbindingen.

Collaterale bloedvaten

Collaterale bloedvaten zijn zijtakken van de grotere bloedvaten, die in dezelfde richting lopen als het hoofdbloedvat. Ze laten meestal weinig bloed door, maar kunnen de bloedtoevoer van het hoofdvat wel overnemen als deze afsluit, bijvoorbeeld door een bloedstolsel. De collaterale bloedvaten lopen in de handen en voeten en zijn hier vaak ook zichtbaar.

Arterioveneuze anastomosen

Arterioveneuze anastomosen zijn rechtstreekse verbindingen tussen slagaders en aders. Ze bevinden zich voornamelijk in de huid van handen en voeten. Het bloed kan van deze verbindingstak gebruik maken als een orgaan onvoldoende functioneert. Zodra de orgaanfunctie hersteld is, krijgt het bloed zijn normale verloop weer.

Daarnaast spelen arterioveneuze anastomosen een rol bij de warmteregulatie van het lichaam. Als de lichaamstemperatuur oploopt kan de overtollige warmte snel worden afgevoerd door het openen van de verbinding tussen slagader en ader. Hierdoor neemt de lichaamstemperatuur snel af.

Precapillaire sfincter

Capillairen (haarvaten) zijn verbindingssystemen tussen de kleinste slagaders (arteriolen) en de kleinste aders (venulen). Capillairen maken onderdeel uit van een netwerk (capillairnet of haarvatnet). De toegang tot elk capillair wordt geopend en gesloten door een precapillaire sfincter (kringspier). Dit is een ring van glad spierweefsel. Door samentrekking van deze spierweefsels worden de capillairen afgesloten van het bloed. Als de kringspier zich ontspant, wordt de doorvoer wijder en kan het bloed sneller naar de capillairen stromen. Het samentrekken en ontspannen van de precapillaire sfincter gebeurt onder invloed van het stresshormoon cortisol en het vegetatieve zenuwstelsel.